zondag 28 mei 2017

Tijd om je innerlijk kind wakker te maken!

Waarom mag kunst en creativiteit niet gewoon een proces zijn waarbij je lekker mag spelen en experimenteren zonder dat het iets hoeft voor te stellen?

In mijn praktijk begeleid ik veel kinderen in de basisschoolleeftijd. Aan het einde van elke sessie laat het kind dikwijls trots zien wat hij/zij heeft gecreëerd. Vaak reageren de ouders met de beste bedoelingen met een ‘Wat mooi!’ of een belangstellend ‘Wat is het?’, niet beseffende dat met zulke opmerkingen het resultaat voorop wordt gesteld en het werkstuk dus iets moet voorstellen. Het komt ook voor dat kinderen uit zichzelf gaan vertellen wat het moet voorstellen, zelfs als tijdens de sessie daar helemaal niet over gesproken is en de ouders daar ook helemaal niet naar vragen. Waar komt dit toch vandaan?

Als ik in het ziekenhuis, verpleeghuis of revalidatiecentrum naar nieuwe patiënten/ cliënten wordt verwezen, is regelmatig de eerste reactie: “Ik ben helemaal niet kunstzinnig.” Ook wordt er gereageerd met: “Ik kan helemaal niet schilderen of tekenen.” Vrijwel altijd moet ik dan uitleggen dat bij kunstzinnige therapie het resultaat helemaal niet belangrijk is, maar dat het gaat om het proces n.a.v. een hulpvraag, doel of thema. Bij volwassenen lijkt er dus een enorme drempel te zijn om met kunst en creativiteit aan de slag te gaan. Waar komt dit toch vandaan?

Waarom mag kunst en creativiteit niet gewoon een proces zijn waarbij je lekker mag spelen en experimenteren zonder dat het iets hoeft voor te stellen?

Zou het te maken hebben met de tijd waarin we leven in een maatschappij waarin productiviteit, prestaties en opbrengstgericht werken centraal staan?

Karel Appel
Misschien zijn we dan juist wel toe aan bevrijdende, spontane kunst, waarin het experimenteren voorop staat. Een tijd waarin volwassenen hun innerlijk kind wakker maken en het creëren het doel is niet de creatie. Een tijd waarin een kind ook weer kind mag zijn en niet geremd wordt door (creatieve) faalangst.

Als kunstzinnig therapeut ben ik vrijwel dagelijks getuige van het ontwaken van het innerlijk kind. Het ontwaken wat gepaard gaat met enthousiasme, energie en vooral licht en lucht, waarbij de zwaarte verdwijnt, het allemaal niet meer zo precies hoeft, grenzen worden verkend en het plezier voorop staat. En dit zie je ook terug in de werkstukken: beweging, dynamiek, expressie, spontaniteit, plezier!

En zo’n werkstuk nodigt natuurlijk uit voor een gesprek, waarin je vooral over het proces vragen kunt stellen. Je zou bijvoorbeeld kunnen vragen hoe het was om te doen of kunnen informeren hoe het werk ontstaan is. Daarbij kun je informeren naar de manier van werken, maar ook naar de volgorde waarin het ontstaan is. Je zou het werk kunnen draaien en het samen eens van de andere kant bekijken. En zo zijn er nog veel meer mogelijkheden.

Door deze manier van werken, kijken en het bespreken merk ik dat niet alleen het (innerlijk) kind gedurende het therapeutisch traject groeit, maar ook de ouders (of de naasten) groeien mee. Hoe mooi is dat! 

donderdag 27 april 2017

De boom-huis-mens-tekening

Dit jaar bestaat mijn praktijk 5 jaar, een mooie reden om eens de aandacht te besteden aan de doelgroep die ik de afgelopen jaren het meest in de praktijk heb gehad: kinderen.

Kunstzinnige therapie bij kinderen

Als de balans tussen lichaam, ziel en geest verstoord is, geven kinderen signalen. Dit kunnen lichamelijke of sociaal-emotionele signalen zijn zoals buikpijn, hoofdpijn, astma, eczeem, piekeren, nachtmerries, somberheid, bedplassen, nagelbijten, pesten of gepest worden, (faal)angst, onzekerheid, concentratieproblemen, nare gedachten hebben…
  
Kunstzinnige therapie kan helpen deze balans weer te vinden. Zo kan een angstig kind weer zelfvertrouwen ontwikkelen, een overbeweeglijk kind leren omgaan met grenzen of een somber kind weer kleur leren ervaren en in beweging komen.

Kunstzinnige therapie kan ondersteuning bieden bij ontwikkelingsstoornissen zoals ADHD of autisme. Kunstzinnige therapie kan tevens ondersteunend werken bij kinderen met leesproblemen en dyslexie. De bovengenoemde signalen kunnen ook bij deze kinderen voorkomen, naast de problematiek van de stoornis.
  
Het fijne van kunstzinnige therapie is, dat er niet altijd een gesprek nodig is. Zo kunnen ook kinderen die moeilijk kunnen communiceren zich toch uiten. Daarbij is het creatief en kunstzinnig bezigzijn iets wat kinderen over het algemeen graag doen.

De boom-huis-mens-tekening

In deze blog wil ik graag de aandacht besteden aan één van mijn vaste opdrachten: de boom-huis-mens-tekening. Deze tekenopdracht geef ik zowel aan het begin als aan het einde van het traject. Dezelfde tekenopdracht dus, zodat goed zichtbaar kan worden wat de ontwikkelingen zijn. In de laatste sessie, waarin we (het kind, de ouders en ik) terugblikken op het hele traject, kijken we goed naar de twee tekeningen. Wat zien we? Wat valt op? Hoe voelt het? Herken je dit?

Zo had ik laatst een meisje die op de eerste tekening een mensfiguurtje had getekend die gebogen stond en hard aan het werk was (aan het sneeuwscheppen). Op de laatste tekening stond het figuurtje rechtop en stond er een schommel in de buurt om lekker te kunnen spelen. Ik vroeg het meisje zo te gaan staan als in de tekeningen en aan te geven hoe het voelt. Bij de tweede houding begon ze te stralen, zo voelde ze zich nu, ze was enorm gegroeid gedurende het traject!

Een ander voorbeeld van hoe goed de boom-huis-mens-tekening zichtbaar maakt wat de ontwikkelingen zijn, is van de 4-jarige Huub. Kijk en vergelijk. In slechts 12 weken tijd is Huub ontzettend gegroeid. In de tekening wordt het zelfvertrouwen goed zichtbaar: Huub durft weer, voelt zich vrij en blij, hij loopt niet meer vast, begint gewoon en merkt dat het lukt. En dit is exact het beeld op sociaal-emotioneel gebied: Huub kan praten over zijn gevoelens, is weer vrolijk en blij en in de klas laat hij zich nu ook zien (op een fijne manier).


Uiteraard kun je nog veel meer informatie aflezen uit de boom-huis-mens-tekening, die je samen met je observaties en in gesprek met de ouders kunt interpreteren.

Wil je meer weten over de effecten van kunstzinnige therapie voor kinderen? Lees dan ook mijn blog kunstzinnige therapie brengt kinderen spelenderwijs in balans.


maandag 27 maart 2017

Je bent nooit te oud om te leren

96 jaar was ze, mijn oudste cliënt ooit. Ze had last van doofheid en kon daardoor moeilijk communiceren. Een isolement lag op de loer. Na alles wat ze in haar leven had meegemaakt, waren dat twee redenen waarom ik werd gevraagd kennis met haar te maken. 

Ze vond de kunstzinnige therapie geweldig! Ze keek er elke week weer naar uit, genoot met volle teugen tijdens het contact en ze keek er ook met veel plezier op terug. We schilderden samen op één vel. De schilderplank rustte op onze bovenbenen (de tafel was te hoog voor de tengere dame), zodat ik ondersteboven moest werken (iets wat ik overigens vaker doe*). Ze wilde alles leren en lette daarom goed op: haar ogen en handen volgden mijn penseel als ik liet zien wat ik bedoelde qua technieken (uitleggen ging natuurlijk niet door haar doofheid). Ze maakte dikwijls grapjes als “Doe ik het goed? Anders krijg ik een standje van de meester.” De medewerkers van het verpleeghuis gebruikten de teken- en schilderwerken vaak als mogelijkheid contact met de vrouw te leggen. Iets wat haar ontzettend goed deed. 

De laatste weken ging ze hard achteruit, maar ze wilde blijven schilderen. “Je knapt er toch zo van op hè,” zei ze dan. Op een dag gaf ze aan dat we maar een keertje over moesten slaan. Ik kreeg meteen een voorgevoel. “Ik kan ook voor u schilderen,” stelde ik voor. “Dan kunt u lekker kijken en hoeft u zich niet in te spannen. Zie het maar als een cadeautje,” voegde ik er nog aan toe, zodat ze me niet zou wegsturen. 

Even later schilderde ik voor haar een sfeerbeeld met zachte tinten, donker van buiten, lichter naar binnen toe, een beeld wat geborgenheid kan oproepen. De vrouw keek met vlagen, niet zo aandachtig als voorheen. “Maak je om mij maar geen zorgen hoor,” zei ze. Ze voelde mij goed aan, realiseerde ik me. “Ik ga niet zomaar dood,” voegde ze er nog aan toe. In het sfeerbeeld schilderde ik een silhouet en er kwam er nog een bij. Ik liet me hierbij leiden door het moment, de sfeer, mijn intuïtie en zag wat mijn handen creëerden. Na afloop bedankte de vrouw mij, ze vond het prachtig. En weer gaf ze aan dat ik me geen zorgen hoefde te maken. 

Die nacht is de vrouw overleden. Had ik het goed aangevoeld en had ze mij gerust willen stellen om rustig te kunnen loslaten? Allemaal gedachtes gingen door mij heen, maar het gevoel van dankbaarheid overheerste. Dankbaar dat ik haar nog iets heb kunnen geven. Dankbaar dat ze in haar slaap, zonder lange lijdensweg mocht gaan. 

Haar mantelzorger vertelde me dat de schildering met haar is meegegaan in de kist. Mijn lijf reageerde met kippenvel en vulde zich met een eerbiedige stilte. Wat mag ik soms toch ontzettend dichtbij komen.

*Zie ook mijn blog 'Kunst om ondersteboven van te raken'.

maandag 27 februari 2017

Impressionistische tia's

Waar kunstschilders soms behoorlijk veel moeite voor moeten doen, ging bij de vrouw vanzelf. Haar trillende hand zorgde voor een impressionistische sfeer in het schilderwerk. De vele tia's hadden blijkbaar ook nog iets goeds gebracht. 

Ze woonde nog niet zo lang in het verpleeghuis. Thuiswonen ging niet meer, ze kon niet meer voor zichzelf zorgen en ook voor de mantelzorger was de zorgvraag te zwaar. Het besef dat haar gezondheid haar in de steek liet, viel haar zwaar, vooral omdat ze door haar bedlegerigheid ook sociaal gezien niet in beweging kon komen. 

Het was mooi om te zien wat er gebeurde: elke sessie weer fleurde ze tijdens het schilderen helemaal op. Ze had er plezier in, merkte dat er iets was wat ze nog wel kon en waar ze zelfs nog in vooruit kon gaan. Aanvankelijk schilderde ze met trillende hand. "Van de tia's," zei de vrouw. Ik vond het wel iets impressionistisch hebben; kunstschilders moeten er soms behoorlijk moeite voor doen met korte, snelle toets te werken en bij haar ging het vanzelf. "Dat die vele tia's toch nog iets goeds hebben gebracht," zeiden we in de eerste paar sessies tegen elkaar. De eerste paar, want daarna werd het trillen minder, werd ze vaster van hand en gleed haar penseel rustig over het papier. Omdat ze schilderde liggend vanuit bed, reikte ik haar steeds de verf aan en wisselden we steeds van penseel. De vrouw vond het leuk als ik ook stukjes schilderde; dan kon ze even de kunst afkijken.

Alle schilderwerken kregen een plekje aan de muur, zodat ze er vanuit bed naar kon kijken en genieten. Wat dat deed ze; ze genoot van de kleuren (we schilderden vaak landschappen) en leek daar troost uit te halen op moeilijke momenten. Ook de familie reageerde enthousiast: haar impressionistische bloempotje (uit de eerste sessie) werd ingelijst, bestellingen werden doorgegeven. De vrouw knapte ervan op, werd positiever en kwam weer in haar kracht te staan. Natuurlijk bleef het gemis van gezondheid en het besef van de achteruitgang, maar er was ook iets om dit leed te verzachten en kracht uit te halen. En dat ook had in sociaal opzicht een positieve uitwerking! 

maandag 30 januari 2017

Liefde voor later

Ik kreeg kippenvel, een brok in mijn keel en wat vochtige ogen. Ik bedankte de man dat ik hem heb mogen helpen bij dit proces en vooral bedankte ik hem dat hij zo open alles met mij heeft gedeeld. "Ik ga dit zeker doorvertellen." Door die woorden werd hij geraakt. 

Hoewel bij kunstzinnige therapie het proces centraal staat en het resultaat van ondergeschikt belang is, blijft er altijd een concreet werkstuk over na de sessie. Meestal wordt het opgehangen op de kamer van de patiënt, soms wordt het meegegeven aan naasten en familie en krijgt het in huis een mooi plekje; zo is hun geliefde toch een beetje in de buurt.

Als een patiënt jonge kinderen heeft, gebruik ik deze vaak als ingang voor het gesprek. Meestal komt er dan achter de zieke patiënt ineens een trotse vader of moeder tevoorschijn, krijg ik foto's en filmpjes te zien en vooral liefdevolle verhalen te horen.

Als kunstzinnig therapeut mag ik vaak heel dichtbij komen; naast de fijne verhalen, komt ook de angst ter sprake. Angst om het niet te redden, de kinderen niet te zien opgroeien, er niet te kunnen zijn op belangrijke momenten zoals een diploma-uitreiking, een huwelijksfeest of wanneer de kinderen zelf vader of moeder worden. Regelmatig kan ik handvatten aanreiken die verder reiken dan het schilderen en tekenen.

Zo heb ik een jonge moeder geholpen bij het schrijven van brieven aan haar drie jonge kinderen. Ik vroeg haar wat het eerste was wat ze dacht toen het kindje geboren was, wat zij en haar kind voor iets speciaals hebben (iets alleen van hen), een bijzondere anekdote en natuurlijk wat ze haar kind wilde toewensen. Terwijl zij antwoord gaf op de vragen, schreef ik alles op, las ik het tussendoor voor en vroeg ik door. Het waren bijzondere momenten, ondanks de ernstige aanleiding. Er waren zelfs momenten dat de vrouw schaterde van het lachen. Na het samenstellen van de derde brief is de jonge vrouw overleden. 

Met een andere patiënt bracht ik 'de herinneringsdoos' ter sprake. Samen brainstormden we wat er in zou kunnen: een sieraad voor de 18e verjaardag, babyslofjes voor het moment dat zijn toen nog jonge kinderen zelf pappa of mamma zouden worden, foto's van mooie momenten (met namen en contactgegevens van vrienden die over pappa zouden kunnen vertellen), een pet die hij vroeger (nog voor de tijd dat hij vader werd) droeg bij het werken op een groot schip enz. Daarnaast verzonnen we vragen die hij zijn vrouw liet stellen, terwijl een vriend alles filmde; zo bleef ook zijn stem, mimiek en manier van bewegen bewaard. "Het was hilarisch!" vertelde de man mij nadat alles was opgenomen. De vriend had namelijk nog wat vragen toegevoegd, zoals 'Wanneer was je voor het eerst dronken?' en 'Hoe heb je mamma verkering gevraagd?'. Ook liet de man mij een filmpje zien van een kinderliedje wat hij samen met een muzikale vriend had samengesteld en opgenomen. Toen ik het zag en hoorde, raakte het me: ik kreeg kippenvel, een brok in mijn keel en wat vochtige ogen.

Ik bedankte de man dat ik hem heb mogen helpen bij dit proces en vooral dat hij zo open alles met mij deelde. "Ik ga dit zeker doorvertellen." Door die woorden werd hij geraakt.

donderdag 27 oktober 2016

Levenskunst: Vruchten van het leven


Het gaat niet om kennis, het is geen lesje kunstgeschiedenis, het werk dient ‘slechts’ als middel om met elkaar in gesprek te gaan.

"Door deze groep kijk ik ook weer aandachtiger naar de schilderijtjes op mijn kamer," zei de 93-jarige dame. "Ik merk dat ik nu dingen zie die ik voorheen nooit gezien heb." “Het zet me aan het denken,” zei een andere dame (ook rond de 90), "vooral als ik 's nachts niet kan slapen, dan mijmer ik nog even door over de gesprekken en de kunstwerken.” “Mijn dochter vindt het fijn dat ik hier aan mee doe, "vertelde weer een andere dame (dik in de 80), "dit is het enige waar ik mijn kamer voor af kom," vulde ze aan.

Twee keer per maand komen de ouderen uit het verpleeghuis naar een van de woonkamers waar de tafelezel klaar staat met een kopie (helaas geen echte, dat zou natuurlijk helemaal te gek zijn) van een kunstwerk. We kijken er samen naar, praten over wat we zien en wat er gebeurt en veelal komt ook de symboliek ter sprake die in de werken schuil gaat. Het gaat niet om kennis, het is geen lesje kunstgeschiedenis, het werk dienst ‘slechts’ als middel om met elkaar in gesprek te gaan.

Als er veel te zien valt op een schilderij (zoals bijvoorbeeld bij de Boerenbruiloft van Breugel) praten we langer over wat we zien. Valt er minder te zien op een werk, (zoals bij de Oude Schoenen van Van Gogh) dan maken we sneller de stap naar de eigen biografie: “Waar hebben uw voeten u zoal gebracht?” “Ongelofelijk,” zei de enige heer van het gezelschap, "dat we een heel gesprek hebben over een schilderij met alleen maar een paar schoenen!” De heer had vroeger (tot zo'n 10 jaar geleden) zelf veel geschilderd en zijn kamer in het huis laat hij maar wat graag zien aan een ieder die door de gang van het verpleeghuis loopt.

Iedere keer zoek ik een passende tekst (meestal een gedicht) bij het schilderij. Een van de dames leest maar wat graag deze tekst voor en doet dat vol overgave, alsof ze op het toneel staat en het publiek in de zaal moet vermaken. Elke keer weer (we laten het haar meestal zo'n drie keer voordragen) komt ze meer en meer in haar kracht, gaat ze meer rechtop zitten en steeds meer stralen. De andere ouderen gunnen haar dit moment en genieten van de beeldende wijze van voordragen. 

De groep komt nu ook zelf met initiatieven, zoals zelfgemaakte kunstwerken of thema’s die de interesse hebben: dans, muziek, abstracte kunst. Het valt de deelnemers op hoe lang we kunnen kijken naar één werkstuk (terwijl je in een museum vaak amper de tijd neemt) en hoeveel we naar aanleiding daarvan kunnen bespreken. Juist doordat het geen lesje kunstgeschiedenis is en het dus niet gaat om goed of fout, om iets weten of niet weten. Juist omdat het gaat over het leven zelf, de beelden en gedichten deze herinneringen wakker maken en de gesprekken voor verbinding zorgen, daarom is deze kunstgroep die ‘Vruchten van het leven’ heet zo’n meerwaarde voor de bewoners van het verpleeghuis. Hier komen ze hun kamer voor af, dit geeft zin en voldoende stof tot mijmeren in slapeloze nachten.

Als een bewoner niet meer fysiek in staat is deel te nemen aan de groep (omdat het te intensief is) ga ik na de bijeenkomst nog even langs met een kopie van het kunstwerk en het gedicht. De ontroering die dit brengt is zo bijzonder: in de twinkeling in de ogen en de rimpelige glimlach rond de mond komen de vruchten van het leven voor even weer helemaal tot leven!
---

*De naam Vruchten van het leven is bedacht door Jacqueline Stoop, een bevlogen kunstzinnig therapeut en docent van de opleiding kunstzinnige therapie met een groot hart voor de ouderenzorg. 

dinsdag 27 september 2016

Kleur als medicijn

"Dankjewel, je hebt me weer vrolijk gemaakt! Ik word er zelfs emotioneel van, merk je het?” “Graag gedaan en blijven schilderen hè, het is voor u echt een medicijn,” zei ik tegen de patiënt in de isolatiekamer. “Beloofd!” zei hij stralend.

Ik had met de man gesluierd, een aquarel schildertechniek waarbij je heel transparante laagjes deels over elkaar schildert. Door de transparante manier van werken ligt je voorstelling niet meteen vast, maar ontstaat het al schilderend. Ook het steeds weer draaien van het papier zorgt ervoor dat je vooral bezig bent met het proces, met het hier en nu. Alle aandacht voor de sluier en de terughouding die het vraagt. Met als effect het heel intens beleven van de kleur. En dat laatste was voor de man het meest medicinaal geweest. Het had zijn heimwee (hij had het na al die weken wel gehad in deze kamer waar geen raam open kan en hij letterlijk afgesneden was van de wereld buiten) verzacht en zijn van nature optimistische aard weer kracht gegeven.

Een zelfde effect merk ik ben mijn cursisten in mijn atelier. Zij werken een aantal maanden achtereen wekelijks aan een eigen sluiering. Het is een proces met pieken en dalen; pieken bij intense kleurbelevingen, mooi gelukte sluiers, het zichtbaar worden van de figuratie; dalen bij strubbelingen met de techniek, de zoektocht naar de figuratie en de worsteling foutjes te integreren. Gedurende de weken zie ik mijn cursisten steeds vrolijker worden en ook krachtiger. Een van mijn cursisten vertelde meer in haar kracht te zijn gaan staan en op het werk had het voor haar geresulteerd in een positieve wending. Ook buiten de wekelijkse sluiercursus had de ik-kracht en positiviteit doorgewerkt, hoe mooi is dat!

Ook zelf sluier ik graag: het is voor mij een momentje mindfulness. Met mijn volledige aandacht werk ik aan de juiste water-pigmentoplossing van de verf, zorgvuldig kies ik de plek voor de nieuwe sluier, bepaal ik de grootte (en dus de hoeveelheid verf), zet ik mijn penseel in de juiste richting op het papier en werk ik samen met de zwaartekracht aan elk sluiertje. Na elk sluiertje neem ik even afstand om te ‘overleggen’ met het werk; wat is het effect van deze sluier? Wat is nu nodig? Waar op het papier? Moet ik ‘m dan draaien? Het is een langzaam maar daardoor heel intens proces. Ook na het schilderen leven de kleuren en de steeds zichtbaarder wordende figuratie door de ziel en geven ze kracht en positiviteit.

Wat bijzonder is het toch, dat sluieren: een mindfulle techniek met een medicinale kleurbeleving voor een sterk makende ik-kracht. Oja, en zonder bijwerkingen!



maandag 26 september 2016

Schilderen met aandacht

“Ik kijk elke week weer ernaar uit, weet je dat? Het geeft me zoveel plezier en ontspanning. Even niet bezig zijn met het ziek zijn en het levert nog iets moois op ook. Ik lijst ze in als ik weer thuis ben en weet je, thuis ga ik zeker door met schilderen, het is zo fijn om te doen!”

Met een enorm hoge ademhaling kwam ze de ruimte binnen. Ze had zich gehaast, want ze was na het wekken weer in slaap gevallen. "Ik slaap 's nachts zo slecht, ik lig maar te malen en piekeren en 's ochtends word ik niet wakker. Jouw therapie wil ik absoluut niet missen, het is zo'n fijn begin van de week.”

De verpleegkundig specialist had de vrouw die revalideerde op de longafdeling verwezen naar de kunstzinnige therapie, omdat er achter haar benauwdheid (achter haar nicotineverslaving) een groot onverwerkt verdriet schuilging.

Ze kreeg de therapie individueel, alle aandacht was voor haar. We namen de tijd voor alle handelingen: het rustig in- en uitademen, de penseelstreek over het papier bij elke uitademing en als ze iets wilde zeggen, moest ze eerst haar penseel neerleggen. Tijdens het schilderen was het stil, zodat de volledige aandacht bij het schilderen en de ademhaling was.

We schilderden aanvankelijk veel met blauwtinten, omdat deze rust en ruimte geven. Het geel voegden we later toe waardoor licht verscheen in het werk en ook bij de vrouw. Ze begon te stralen en merkte dat ze vrolijker werd.

Gaandeweg de weken werd de vrouw rustiger, zakte haar ademhaling (ook buiten de sessies, omdat ze nu veel bewuster uitademde) en leek het verdriet een plaatsje te krijgen. De vrouw had haar gezonde krachten weer gevonden, daar positiviteit uitgehaald en acceptatie gevonden, door te schilderen met aandacht.



woensdag 10 februari 2016

Heel klein en tegelijk wonderlijk groot

In de zieken- en verpleeghuizen werk ik als kunstzinnig therapeut veelal met kwetsbare volwassenen en ouderen. Ze hebben heel wat meegemaakt gedurende hun leven, zoals ouderen met dementie. Of ze zijn plotsklaps uit het leven gerukt door een hersenbloeding of de diagnose kanker. Allemaal zijn ze geraakt en kwetsbaar door het ziekte- en/ of behandelproces.

De oudere dame zat altijd op dezelfde plek aan tafel in de huiskamer van de woongroep. Grote delen van de dag had ze de ogen gesloten, maar slapen deed ze dan niet. Als ik haar naam noemde om haar iets te vragen of te laten zien, gingen de ogen weer open en reageerde ze adequaat. Meestal deed ze mee als we in de groep door middel van kunst mooie levensherinneringen deelden: met open ogen en een grote glimlach volgde ze het gesprek, knikte ze af en toe instemmend, gaf ze antwoord als ze 'aan de beurt was' en maakte ze zelfstandig een kleine tekening passend bij het onderwerp. Ze was gauw tevreden, dat bleek uit haar kleine tekeningen en korte antwoorden. Pure eenvoud, het hoefde van haar niet zo groots. Was dat de reden dat haar ogen in mijn sessies bijna altijd open waren; de radio ging dan uit, de medewerkers op de groep hielden zich wat op de achtergrond en een sfeer van rust en ruimte vulde dan de groep. Ruimte die de bewoners vulden met hun verhalen en gesprekken. Ruimte om de ogen te openen, innerlijk in beweging te komen en een eenvoudige tekening te maken. De vrouw is nu mijn graadmeter: als ze de ogen open heeft, is het klein genoeg en is er ruimte genoeg om mee te doen. Klein houden met groots effect, wat een mooie eyeopener! 

Daar lag ze dan: een fragiele vrouw onder het warme dekbed van het ziekenhuis. Ze glimlachte flauwtjes toen ze me zag, meer kracht had ze niet. Ik mocht voor haar schilderen. Vanuit haar bed keek ze naar het gekantelde bedtafeltje waar ik de schilderplaat op had bevestigd. Ze volgde mijn penseelstreek die in een rustig tempo en met gelijkmatige bewegingen het papier vulde. De kleuren hield ik zacht, bijna transparant: roze, zacht blauw, een beetje lila en wit. In haar ogen zag ik dat ze met haar volle aandacht bij de kleuren was, de glimlach die af en toe om haar mond verscheen, verraadde dat ze vermoedelijk al in de kleur was verdwenen. Na afloop bedankte ze me met haar blik en enkele woorden. Het werk moest in het raamkozijn, zodat de zon er doorheen kon schijnen en de kleuren nog transparanter werden. Tijdens deze hele sessie was alles klein: de keuze en intensiteit van de kleuren, de beweging van de penseel, zelfs in mijn mimiek bleef ik terughoudend en hield ik het bij een ontspannen glimlach. Maar, o wat had ze genoten! Hoe beeldschoon was haar blik op het schilderwerk in het raamkozijn. Wat een groots effect! 

Heel klein en tegelijk wonderlijk groot!


donderdag 24 december 2015

Het kerstverhaal spreekt nog altijd tot de verbeelding

De afgelopen weken heb ik de kracht van het kerstverhaal veelvuldig mogen ervaren. Hoewel het verhaal over het kindje in de stal al meer dan 2000 jaar geleden zich moet hebben afgespeeld ergens ver weg van hier, spreekt het nog altijd tot de verbeelding.


Het was rustig in de woonkamer van het verpleeghuis met dementerende ouderen. Ik besloot de rust te behouden en de cd met het Avé Maria zachtjes aan te zetten. Er kwam direct een reactie: sommige dames wiegden zachtjes heen en weer, anderen sloten de ogen en glimlachten. Ik nam plaats aan tafel en liet de dames een afbeelding zien van een kunstwerk van een Madonna met kind. Ze vonden het prachtig. Stapje voor stapje tekende ik de afbeelding na en zagen ze de Madonna met kind ook op het tekenpapier verschijnen. Door de kleine stapjes in het tekenen, konden de dames het goed volgen en kwamen ze meer en meer in de beleving. Waar zouden ze aan denken? Aan de tijd dat ze zelf moeder waren geworden en hun kinderen wiegden? Aan hun eigen kindertijd? Verbaal ontbrak het aan woorden om het duidelijk te maken, maar non-verbaal was er taal genoeg om te zien dat een diep gevoel was geraakt.


Zo ook bij de anders zo onrustige, oudere man in een andere woongroep. Ook daar was het stil op de groep en kon al zijn aandacht uitgaan naar de kunstafbeelding van de kerststal. Hij wees de figuren één voor één aan en leek het verhaal te willen vertellen. Omdat hij de woorden niet kon vinden, gaf ik hem de taal waarna hij bevestigend reageerde. Tijdens het tekenen keek de man hoe stap voor stap de afbeelding verscheen. Hij genoot ervan, zoveel zelfs dat hij zijn boterham met hagelslag nog even uitstelde. Zou hij denken aan zijn eigen kindertijd en aan zijn moeder waar hij het zo vaak over had de laatste tijd?



Niet alleen voor mensen met dementie spreekt het kerstverhaal tot de verbeelding. Ook de ernstig zieken in het zieken- of verpleeghuis dromen maar wat graag weg naar de vredige stal. Toen ik voor een ernstig zieke dame de kerstgroep tekende en zij het proces liggend vanuit haar bed volgde door het af en toe openen van de ogen, leek haar ziekte bij elke pastelstreek meer en meer naar de achtergrond te verdwijnen. Ik zag zelfs een twinkeling in haar ogen verschijnen, evenals een glimlach op haar gezicht en zag ik het goed dat ze langzaam zich steeds meer ging oprichten? Ik hoopte dat ze zich even zou mogen voelen als het kindje in de stal, veilig in de armen van de verpleegkundige als Maria, beschermd door de arts als Jozef. Veilig, warm en zorgeloos.


Het kerstverhaal, het verhaal over het kindje in de stal ergens ver weg van hier en al zo lang geleden, maar tegelijkertijd ook weer zo eigentijds en zo ontzettend dichtbij. Het spreekt nog altijd tot de verbeelding.